Contract en soorten werk
Zo gaat het in België, in gewoon Nederlands. Dit onderwerp heeft 4 korte lessen in Vloertaal Werkregels: een verhaal, de regel, en dan kies je zelf wat je doet.
Oefen dit in Vloertaal →Je contract: wat staat erin?
Je weet welke afspraken op papier horen. Je weet wat een paritair comité is. En je weet dat papier telt.
Wat op papier staat, telt. Bewaar je contract goed.
Werk je tijdelijk of deeltijds? Dan moet je contract op papier staan.
Dat moet klaar zijn vóór je begint.
De regels van je bedrijf staan in het arbeidsreglement.
De afspraken van je sector komen van het paritair comité.
Waar of niet waar?
- Je werkgever moet de belangrijkste afspraken op papier of per mail geven. Waar. Je werkgever moet je de belangrijkste afspraken geven. Bijvoorbeeld wat je verdient, hoeveel uur je werkt en waar. Dat kan op papier of digitaal. Bewaar het goed. Bij een probleem kijken ze ernaar.
Onthoud: Wat op papier staat, telt. Bewaar je contract goed.
Opzeggen, tijdelijk en vast
Je weet dat er geen proeftijd meer is, wel een opzegtermijn. Je weet wat er gebeurt aan het eind van een tijdelijk contract.
Ook in het begin heb je een opzegtermijn. Vraag altijd je C4.
In België bestaat de oude proeftijd niet meer.
Wil je baas stoppen? Dan geeft hij je een opzegtermijn.
Of hij betaalt je loon voor die tijd: een opzegvergoeding.
In de eerste maanden is de opzegtermijn kort.
Stopt je werk? Vraag dan je C4. Die heb je nodig voor een uitkering.
Waar of niet waar?
- In het begin mag je baas je zonder opzegtermijn laten stoppen. Niet waar. De oude proeftijd bestaat niet meer. Ook in het begin heb je een opzegtermijn. Die is wel kort. Of je baas betaalt je loon voor die tijd. Vraag het na bij een vakbond.
- Je baas mag je steeds opnieuw een tijdelijk contract geven. Niet waar. Tijdelijke contracten na elkaar mogen alleen onder strenge regels. Bijvoorbeeld: hoogstens 4 contracten, samen hoogstens 2 jaar. Klopt dat niet? Dan heb je meestal een vast contract.
Onthoud: Ook in het begin heb je een opzegtermijn. Vraag altijd je C4.
Variabel uurrooster en interim
Je kent de basisregels voor een variabel uurrooster. Je weet wat een interimkantoor wel en niet mag.
Variabel uurrooster? Je moet je uren vooraf krijgen.
Werk je deeltijds met wisselende uren? Dat heet een variabel uurrooster.
Je baas moet je uurrooster vooraf geven: meestal 7 werkdagen vooraf.
Je sector kan dat korter maken, maar niet korter dan 3 werkdagen.
Een werkperiode duurt meestal minstens 3 uur.
De regels staan ook in het arbeidsreglement.
Waar of niet waar?
- Esra moet morgen komen, want het hotel belt haar. Niet waar. Je uurrooster moet vooraf bekend zijn: meestal 7 werkdagen vooraf. Soms 3 werkdagen. Morgen staat niet in haar uurrooster. Extra uren spreek je samen af.
- Een interimkracht krijgt hetzelfde loon als vaste mensen met hetzelfde werk. Waar. Dat klopt. Doe je hetzelfde werk als vaste collega's? Dan krijg je minstens hetzelfde loon. Zo staat het in de wet. Weet je het niet zeker? Vraag het na bij het interimkantoor.
- Een interimkantoor mag je laten betalen om je in te schrijven. Niet waar. Inschrijven bij een interimkantoor is gratis. Het kantoor krijgt geld van het bedrijf waar je werkt. Voor echt werk hoef jij zelf niet te betalen. Vraagt een kantoor toch geld? Dan klopt er iets niet.
Onthoud: Variabel uurrooster? Je moet je uren vooraf krijgen.
Stage, duaal leren en zelfstandige
Je weet het verschil tussen stage, duaal leren, werknemer en zelfstandige. Je kent de risico's.
Zelfstandige? Geen loon als je ziek bent, en geen werkloosheidsuitkering.
Een zelfstandige schrijft zich in bij de KBO. Dat is de lijst van bedrijven.
Dat doe je via een ondernemingsloket.
Je betaalt zelf je sociale bijdragen, via een sociaal verzekeringsfonds.
Je krijgt geen loon als je ziek bent, en geen werkloosheidsuitkering.
Bepaalt het bedrijf je uren, je werk en je controle? Dan ben je misschien werknemer.
Waar of niet waar?
- Als zelfstandige krijg je je loon door als je ziek bent. Niet waar. Als zelfstandige heb je geen baas die je loon betaalt. Ben je ziek? Dan krijg je soms een uitkering van je ziekenfonds. Die is lager. Stopt je werk? Dan krijg je geen werkloosheidsuitkering. Meer per uur is dus niet altijd meer geld.
- Op een stage krijg je altijd loon. Niet waar. Op een schoolstage ben je aan het leren. Je krijgt meestal geen loon. Duaal leren is anders. Dan leer je een groot deel in een bedrijf. Daar krijg je vaak een vergoeding.
Onthoud: Zelfstandige? Geen loon als je ziek bent, en geen werkloosheidsuitkering.
Goed om te weten
Werkregels is nog een bètaversie. De uitleg is nog niet nagekeken door een expert. Zie je een fout? Mail naar hoi@vloertaal.nl. Vloertaal geeft algemene informatie. Het is geen juridisch advies. Regels kunnen veranderen. Bijgewerkt: oktober 2026. Gaat het om jouw situatie? Vraag je werkgever, een vakbond of het justitiehuis. Deze regels gelden in België. In Nederland zijn veel regels anders.
Andere onderwerpen
- Werk zoeken en solliciteren
- Je eerste dag
- Je werk goed afronden
- Stage lopen
- Loon en loonbrief
- Rekenen op je werk
- Werktijden, pauze en vrij
- Ziek zijn
- Veilig en gezond werken
- Samenwerken: de ongeschreven regels
- Problemen en je rechten
- Uitkering, werk en geld
- Digitaal op je werk
- Meedoen in België
- Duurzaam werken
- Schrijven op je werk
- Jouw weg: kiezen en verder leren
- Werken in de logistiek
- Werken in de bouw
- Werken in de productie
- Werken in de zorg
- Werken in de horeca
- Werken in de schoonmaak
- Werken in de tuinbouw
- Werken in de techniek
- Werken in de garage
- Werken in de winkel