Werkregels: hoe werken in Nederland gaat
Vloertaal Werkregels is voor wie al Nederlands spreekt en in Nederland werkt of werk zoekt. Je leert de regels van de wet en je contract, en de regels die nergens staan maar die iedereen kent. In korte lessen: een verhaal, de regel, en dan kies je zelf wat je doet. 28 onderwerpen, 85 lessen. Gratis, zonder account.
Open Vloertaal en kies “Nederlands” →Werk zoeken en solliciteren
- Waar vind je werk? – Je weet waar je echte vacatures vindt, en je herkent nepwerk.
- Je cv: kort en eerlijk – Je maakt een kort en eerlijk cv. Je weet dat zorg en vrijwilligerswerk ook tellen.
- Het sollicitatiegesprek – Je weet wat je in een gesprek kunt vragen. Je weet ook welke vragen je niet hoeft te beantwoorden.
- Proefdag en het aanbod – Je weet wat een proefdag is. Je stelt de goede vragen vóór je tekent.
Onthoud: Voor echt werk hoef jij zelf niet te betalen.
Je eerste dag
- Op tijd, en alles bij je – Je weet wat je meeneemt en wat "op tijd" hier betekent. Je weet wat je doet als je te laat bent.
- Kennismaken – Je weet hoe je je voorstelt en wanneer je "je" zegt. Je weet ook dat je zelf kiest over aanraken.
- Vragen stellen en terugzeggen – Je durft te zeggen dat je iets niet snapt. Je checkt het door terug te zeggen.
Onthoud: Te laat? Bel of app vóór je dienst begint.
Je werk goed afronden
- Een werkbon lezen en voorbereiden – Je leest een werkbon en je vraagt wat je niet snapt. Je legt je spullen klaar.
- Opruimen, laten controleren en afmelden – Je ruimt je werkplek op en je laat je werk nakijken. Je zegt wat klaar is en wat niet.
Onthoud: Eerst lezen, vragen en klaarleggen. Dan pas beginnen.
Contract en soorten werk
- Je contract: wat staat erin? – Je weet welke afspraken op papier horen. Je weet wat een cao is. En je weet dat papier telt.
- Proeftijd, tijdelijk en vast – Je weet wat een proeftijd is. Je weet wat er gebeurt aan het eind van een tijdelijk contract.
- Oproepwerk en uitzendwerk – Je kent de basisregels voor oproepwerk. Je weet wat een uitzendbureau wel en niet mag.
- Stage, leerwerkbaan en zzp – Je weet het verschil tussen stage, leerwerkbaan, werknemer en zzp'er. Je kent de risico's.
Onthoud: Wat op papier staat, telt. Bewaar je contract goed.
Stage lopen
- Je stageovereenkomst (POK) en wie wie is – Je weet wat de POK is en wie je begeleidt. Je weet wat je regelt vóór je begint.
- Feedback en beoordeling – Je vraagt om feedback en je doet er iets mee. Je weet wat je doet met je beoordeling.
- Als het niet goed gaat – Je weet wat je doet als je ziek bent of weinig leert. Ook als ze je slecht behandelen.
Onthoud: Eerst de POK tekenen. Dan pas beginnen met je stage.
Loon en loonstrook
- Bruto en netto – Je weet het verschil tussen bruto en netto. Je weet waar je het minimumloon vindt.
- Je loonstrook checken – Je schrijft je uren op en je checkt je loonstrook. Je vraagt na wat niet klopt.
- Vakantiegeld, toeslag en overwerk – Je weet wat vakantiegeld en een toeslag zijn. Je weet hoe je baas overwerk betaalt.
Onthoud: Bruto is vóór belasting. Netto krijg je op je rekening.
Rekenen op je werk
- Uren en je rooster narekenen – Je rekent uit hoeveel uur je werkt, met de pauze eraf. Je checkt je rooster.
- Geld en loon per uur – Je rekent ongeveer uit wat je per week verdient. Je rekent met procenten en je telt wisselgeld.
- Maten, gewichten en tellen – Je rekent met kilo, gram, liter en milliliter. Je telt voorraad slim.
Onthoud: Je werktijd is: eindtijd min begintijd, min je pauze.
Werktijden, pauze en vrij
- Je rooster en je werktijden – Je kent de grenzen voor werktijden. Ook voor jongeren. Je weet dat het rooster op tijd moet komen.
- Pauze – Je weet wanneer je recht hebt op pauze, en hoe lang.
- Overwerk en nee zeggen – Je kunt nee zeggen tegen extra uren. Je houdt je overuren bij.
- Vrij vragen en verlof – Je vraagt vrij op tijd en op papier. Je weet wat je doet bij een noodgeval.
- Kinderen en zorg – Je weet dat er verlof is voor een zwangerschap, een baby en een ziek kind. Je vraagt het op tijd.
Onthoud: Hooguit 12 uur per dienst. Ben je jonger dan 18? Dan minder.
Werken in de winkel
- Vakken vullen en voorraad – Je vult vakken op de goede manier en je let op de datum. Je houdt de paden vrij.
- De klant helpen en doorverwijzen – Je helpt een klant vriendelijk. Je zegt het eerlijk als je iets niet weet.
- Kassa, wisselgeld en een klacht – Je vraagt een ID bij alcohol en tabak. Je telt wisselgeld goed en je blijft rustig bij een klacht.
Onthoud: Oud naar voren, nieuw naar achteren. Houd de paden vrij.
Ziek zijn
- Je ziekmelden – Je meldt je zelf ziek, op tijd. Je weet wat je wel en niet hoeft te zeggen.
- Je rechten als je ziek bent – Je weet dat je loon meestal doorloopt. Je weet wat je wel en niet hoeft te vertellen.
- Langer ziek en weer beter – Je weet wat de bedrijfsarts doet. Je werkt mee aan je herstel. Je meldt je ook beter.
Onthoud: Ziek? Bel zelf, vóór je dienst begint.
Veilig en gezond werken
- Beschermende spullen en uitleg – Je weet dat je werkgever gratis bescherming en uitleg geeft. Je weet dat je erom mag vragen.
- Onveilig? Zeg het en stop – Je meldt gevaar en bijna-ongelukken. Je weet dat je mag stoppen bij groot gevaar.
- Een ongeluk, of te veel stress – Je meldt elk ongeluk. Je praat erover als het werk te zwaar wordt.
- Fit voor je werk: slapen, eten, bewegen – Je weet waarom slaap, eten en pauzes belangrijk zijn. Je zegt het als je te moe bent.
- Alcohol, drugs en je werk – Je werkt nooit onder invloed. Je weet waar je hulp krijgt.
Onthoud: Beschermende spullen krijg je gratis van je werkgever.
Samenwerken: de ongeschreven regels
- Direct zeggen en feedback – Je begrijpt directe feedback, en je meldt een fout meteen.
- Het oneens zijn – Je kunt rustig zeggen dat je het oneens bent, ook met je baas.
- Afspraak is afspraak – Je weet dat een ja telt. Lukt iets niet? Dan zeg je het op tijd.
- Koffie, verjaardagen en je telefoon – Je kent de gewoontes bij koffie en verjaardagen. Je kent de regels voor je telefoon en de groepsapp.
Onthoud: Direct zeggen is hier normaal. Het gaat over het werk, niet over jou.
Problemen en je rechten
- Discriminatie – Je herkent discriminatie bij solliciteren en op het werk. Je weet hoe je het meldt.
- Grensoverschrijdend gedrag – Je herkent gedrag dat over je grens gaat, en je zegt stop. Je weet wie jou kan helpen.
- Uitbuiting en oplichting – Je herkent uitbuiting en een geldezel-trucje. Je weet waar je hulp krijgt.
- Ontslag en het einde van je baan – Je tekent niets over ontslag zonder advies. Je kent je basisrechten bij ontslag.
Onthoud: Discriminatie is verboden. Schrijf het op en meld het.
Uitkering, werk en geld
- Werk kwijt: WW – Je vraagt op tijd WW aan. Je weet wanneer je er recht op hebt.
- Van uitkering naar werk – Je geeft nieuw werk meteen door. Je laat uitrekenen wat het betekent voor je geld.
- Belasting terug en je post – Je opent brieven van de overheid. Je weet dat je vaak belasting terug kunt vragen.
- Schulden: vroeg hulp vragen – Je vraagt vroeg hulp bij schulden. Je weet dat er gratis hulp is.
- Je werk stopt: regel dit – Je checkt je laatste loon. Je regelt je huis, je zorgverzekering en je adres.
- Je geld per maand: vaste lasten en sparen – Je betaalt eerst je vaste lasten. Je spaart elke maand een klein beetje.
- Kopen, abonnementen en ruilen – Je weet dat achteraf betalen ook lenen is. Je kent je rechten bij online kopen.
Onthoud: Werk kwijt? Vraag binnen 1 week WW aan.
Digitaal op je werk
- DigiD en inloggen – Je weet wat DigiD is, en je houdt het voor jezelf. Je logt uit op een gedeelde computer.
- Veilig wachtwoord en phishing – Je maakt een sterk wachtwoord en je herkent een nepbericht. Klikte je toch? Dan meld je het.
- AI op je werk – Je gebruikt AI slim en veilig. Belangrijke dingen check je bij een mens.
Onthoud: Je DigiD is alleen van jou. Geef hem aan niemand.
Meedoen in Nederland
- Hoe Nederland bestuurd wordt, en stemmen – Je weet wat de gemeenteraad en de Tweede Kamer doen. Je weet wie voor welke verkiezing mag stemmen.
- Grondrechten en gelijke behandeling – Je kent een paar grondrechten. Je weet dat ze voor iedereen gelden, ook buiten je werk.
- Recht en plicht: politie, rechter, bezwaar – Je weet wat de politie en de rechter doen. Je kent een paar rechten en plichten die je hebt.
- Nieuws, nepnieuws en een mening – Je checkt een bericht voor je het doorstuurt. Je geeft je mening met respect.
Onthoud: Of je mag stemmen, hangt af van de verkiezing en je nationaliteit. Vraag het de gemeente.
Duurzaam werken
- Afval scheiden op je werk – Je scheidt afval zoals het op je werk hoort. Gevaarlijk afval gooi je nooit bij het gewone afval.
- Zuinig met materiaal en energie – Je gebruikt niet meer materiaal en energie dan nodig. Je meldt verspilling of een lek.
Onthoud: Scheid je afval. Gevaarlijk afval nooit bij het gewone afval.
Schrijven op je werk
- Een bericht of mail aan je werk – Je schrijft een kort bericht of een mail aan je werk. Je leest het na voor je het verstuurt.
- Een korte sollicitatiemail – Je schrijft een korte, nette mail bij je cv. Je zegt waarom je deze baan wilt.
Onthoud: Groet, wat je wilt, wanneer, en je naam. Lees het na voor je verstuurt.
Jouw weg: kiezen en verder leren
- Wat kan ik, wat wil ik? – Je noemt wat je goed kunt. Je zegt wat je wel en niet wilt in je werk.
- Na Entree: niveau 2 of werk? – Je weet wat je na Entree kunt doen. Je weet wat een startkwalificatie is.
- Terugkijken en je portfolio – Je bewaart je diploma's, certificaten en beoordelingen. Je vraagt iemand als referentie.
Onthoud: Weet wat je kunt en wat je wilt. Ga kijken voor je kiest.
Werken in de logistiek
- Heftruck: alleen met opleiding – Je rijdt alleen op een heftruck met opleiding, en je loopt veilig.
- Tillen, scanners en tempo – Je tilt veilig. Je weet wat je doet als de norm te hoog is.
Onthoud: Geen opleiding? Dan rijd je niet op de heftruck.
Werken in de bouw
- VCA en je beschermende spullen – Je weet wat VCA is. Je weet dat je beschermende spullen gratis krijgt en altijd draagt.
- Toolbox en eerst even kijken – Je gaat naar de toolbox en je kijkt eerst rond. Je loopt nooit onder een last.
Onthoud: Helm en schoenen verplicht? Draag ze altijd, ook als niemand kijkt.
Werken in de productie
- Machines en lock-out – Je grijpt nooit in een draaiende machine. Je weet wat lock-out is.
- Ploegendienst en nachtwerk – Je kent de rustregels na een nachtdienst. Je weet waar de ploegentoeslag staat.
Onthoud: Grijp nooit in een draaiende machine. Eerst moet hij stil.
Werken in de zorg
- Hygiëne: schone handen, geen sieraden – Je kent de hygiëneregels in de zorg. Je weet waarom ze er zijn.
- Privacy en medicijnen – Je deelt niets over cliënten. Je geeft alleen medicijnen als je het geleerd hebt. Je meldt fouten.
Onthoud: Schone handen voor en na elke cliënt. Geen sieraden aan handen en polsen.
Werken in de horeca
- Hygiëne in de keuken – Je weet wat HACCP is. Je koelt eten goed, en je houdt rauw en klaar eten apart.
- Allergenen en fooi – Je raadt nooit bij een vraag over allergie. Je weet hoe het zit met fooi.
Onthoud: Werk schoon, koel goed, en zet de datum erop.
Werken in de schoonmaak
- Schoonmaakmiddelen: nooit mengen – Je mengt nooit middelen en je leest het etiket. Je weet wat je doet als je alleen werkt.
- Je lichaam sparen – Je werkt zo dat je rug en armen gezond blijven. Je meldt klachten op tijd.
Onthoud: Meng nooit schoonmaakmiddelen. Lees eerst het etiket.
Werken in de tuinbouw
- Veilig in kas en veld – Je beschermt je tegen hitte en spuitmiddelen. Je tilt en bukt zo dat je lichaam gezond blijft.
- Tempo en stukloon – Je weet dat het minimumloon per uur ook geldt bij stukloon. Je schrijft je uren op.
Onthoud: Drink op tijd. Een bespoten kas ga je pas in als het mag.
Werken in de techniek
- Gereedschap, vonken en lawaai – Je beschermt je ogen en oren bij slijpen en boren. Je houdt je werkplek netjes.
- Stroom: nooit zomaar – Je werkt niet aan iets dat onder stroom staat. Je meldt een kapotte kabel.
Onthoud: Slijpen, boren of zagen? Eerst je bril en gehoorbescherming op.
Werken in de garage
- Veilig in de werkplaats – Je gaat alleen onder een auto die goed vaststaat. Je ruimt olie meteen op.
- De werkorder en de klant – Je leest wat er op de werkorder staat. Extra werk doe je alleen als de klant ja zegt.
Onthoud: Onder een auto? Alleen als hij goed vaststaat, op de brug of op bokken.
Goed om te weten
Werkregels is nog een bètaversie. De uitleg is nog niet nagekeken door een expert. Zie je een fout? Mail naar hoi@vloertaal.nl. Vloertaal geeft algemene informatie. Het is geen juridisch advies. Regels kunnen veranderen. Bijgewerkt: oktober 2026. Gaat het om jouw situatie? Vraag je werkgever, een vakbond of het Juridisch Loket. Deze regels gelden in Nederland. In België zijn veel regels anders.