vloertaal.

Nederlands leren voor de winkel en de supermarkt

Vloertaal is een gratis app om Nederlands te leren voor je werk. Voor de winkel en de supermarkt is er een apart onderwerp, ‘In de winkel’, met de woorden en zinnen die je daar elke dag hoort. Met uitleg in je eigen taal (Arabisch, Tigrinya, Perzisch, Dari, Oekraïens, Turks, Pools, Roemeens, Bulgaars, Spaans, Portugees, Frans en Duits), of in eenvoudig Engels.

Oefen ‘In de winkel’ in Vloertaal →

12 woorden die je leert

Met de vertaling uit de app, hier in het Pools, Roemeens, Oekraïens en Arabisch:

Zinnen die je oefent

Korte gesprekjes met collega’s

Wat komt er eerst?

Kies je in de app bij de vraag waar je werkt voor ‘Winkel en horeca’ en dan ‘Winkel’? Dan staat ‘In de winkel’ al vroeg in je lespad, meteen na de eerste basisonderwerpen. Ook ‘Tijd en rooster’ en ‘Rekenen: tijd, geld, maten’ komen eerder aan de beurt. Alle andere onderwerpen blijven open: je kiest zelf.

Leidinggevende of werkgever in de winkel? Stuur je nieuwe collega’s de link naar deze pagina, of naar de pagina in hun eigen taal (hieronder). Meer tips staan bij Voor begeleiders en werkgevers.

Werkregels voor de winkel en de supermarkt

Spreek je al Nederlands? Kies dan in de app “Nederlands”. Dan leer je de regels op het werk, ook voor de winkel en de supermarkt:

Vakken vullen en voorraad

Je vult vakken op de goede manier en je let op de datum. Je houdt de paden vrij.

Onthoud: Oud naar voren, nieuw naar achteren. Houd de paden vrij.

De klant helpen en doorverwijzen

Je helpt een klant vriendelijk. Je zegt het eerlijk als je iets niet weet.

Onthoud: Weet je het niet? Zeg het eerlijk, en haal iemand die het weet.

Kassa, wisselgeld en een klacht

Je vraagt een ID bij alcohol en tabak. Je telt wisselgeld goed en je blijft rustig bij een klacht.

Onthoud: Twijfel je over de leeftijd bij alcohol of tabak? Vraag altijd een ID.

Alle werkregels

Oefen ‘In de winkel’ in Vloertaal →